inlog wobsite leden

Informatie / Pensioenfonds Openbare Bibliotheken / Het pensioenfonds in aandelen

Het pensioenfonds in aandelen

De helft van de Nederlanders vindt dat pensioenfondsen niet moeten beleggen met hun ingelegde pensioenpremies uit angst voor de risico's. Tweederde is van mening dat de pensioenbeheerders minder risico's moeten nemen met hun pensioengeld.
Dat blijkt uit een donderdag gepubliceerd onderzoek van Motivaction in opdracht van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen.
Reden om uiteen te zetten wat het Pensioenfonds Openbare Bibliotheken (POB) met de ingelegde premies doet.
 
Had het POB niet alles in obligaties moeten beleggen?
De duikelingen van de beurs, eerst rond 2001, en kort daarna weer eind 2008 en begin 2009 hebben ook het Pensioenfonds Openbare Bibliotheken niet ongemoeid gelaten. Bij de grote beurskrach in 1987 bleven de gevolgen voor deelnemers en werkgevers nog beperkt, in 2001 en 2009 moesten er onaangename maatregelen worden genomen, zoals premieverhogingen en de aankondiging dat volledige indexatie wel eens een tijdje op zich zou kunnen laten wachten.
Hoe kan dat nou, zal menigeen zich hebben afgevraagd, we hadden toch zo’n solide pensioenfonds, met bijna tweederde méér in kas dan wat er uitbetaald moest worden?
Inderdaad, dat hadden we, en gelukkig groeien de reserves weer aardig aan.
Was die duikeling dan niet te voorkomen geweest, waarom was niet alles veilig belegd in staatsleningen?
 
Aandelen leveren op lange termijn veel meer op
Inderdaad, weten we nu, zou het veel en veel gunstiger hebben uitgepakt als het POB op 1 januari 2008 zijn vermogen volledig in staatsleningen had belegd. Het is alleen de vraag of we er beter voor blijven staan, als we van nu af aan alleen nog beleggen in vastrentende waarden, zoals bijvoorbeeld staatsleningen.

De geschiedenis leert anders: in de afgelopen 103 jaar hebben aandelen, ondanks een aantal crises, toch een rendement van gemiddeld 8% per jaar laten zien. In diezelfde periode blijkt dat de hypotheekrente gemiddeld ongeveer 6% per jaar was. Let op: dat is de rente die betaald moest worden – wat de hypotheekbank er aan overhoudt is natuurlijk altijd nog wat minder: ondanks afsluitprovisies en dergelijke is de ontvangen rente niet helemaal winst.



Toch blijkt 83 jaar beleggen tegen 8% flink wat meer op te leveren dan tegen 6%. Een investering van € 100 is dan tot bijna € 60.000 aangegroeid, met 6% is dat ongeveer € 12.500. De commissie die het beleggingsbeleid van de pensioenfondsen onlangs heeft onderzocht, kwam uit op een rendement voor ‘vastrentende waarden’, zoals staatsleningen, van 4,5%. Met dat percentage komt € 100 in 83 jaar nog niet eens tot € 3.900. Aandelen leverden in die tijd dus meer dan vijftien keer zoveel op. Wat we maar willen zeggen: op het oog kleine verschillen in rente maken op de duur heel veel verschil in opbrengst.
 
Aandelen zijn op termijn waardevast
Er is nog een andere reden om te beleggen in aandelen, en niet alleen in staatsleningen of andere vastrentende waarden: bescherming tegen inflatie. Uit de geschiedenis is bekend dat die in een buurland, Duitsland, op zeker moment in de jaren ’20 van de vorige eeuw, zo hoog was opgelopen dat een brood een miljard mark kostte.  
Iets verder van huis, maar dichterbij in de tijd, zijn er voorbeelden als Zimbabwe, waar in november 2008 de inflatie officieel werd geraamd op 230 miljoen procent (op jaarbasis), doch onofficieel op miljarden. In zulke extreme situaties zal het bezit van aandelen en andere waardevaste beleggingen, zoals bijvoorbeeld onroerend goed, zeker niet alle problemen oplossen, maar zeker is dat de gewone staatsobligatie dan waardeloos is geworden. Minder extreme voorbeelden, maar wel zeer nabij, zijn de Italiaanse lire, de Spaanse peseta, en het Engelse pond, valuta die tijdens het korte bestaan van de WOB al dalingen tot bijna een zevende van hun oorspronkelijke koers tegen de gulden meemaakten.
 
Waarom dan niet álles in aandelen?
De Nederlandsche Bank, die toezicht houdt op de pensioenfondsen, wil dat pensioenfondsen op elk moment genoeg hebben om aan hun verplichtingen te voldoen. Die verplichtingen zijn nominaal, want inflatiecompensatie is ‘intentioneel’, dus wel de bedoeling, maar niet gegarandeerd. Ze worden berekend door alle pensioenbedragen die in de toekomst betaald moeten worden, terug te rekenen naar de contante waarde van vandaag. Bovendien geeft een flinke portie vastrentende waarden voor de korte termijn stabiliteit aan het pakket beleggingen, omdat de beurskoersen van de ene dag op de andere enorm kunnen veranderen. Daardoor kunnen de fondsen altijd de ingegane pensioenen blijven uitkeren en hoeven gepensioneerden niet te vrezen dat er in enige maand eens geen geld is, omdat de aandelenkoersen flink zijn gedaald en andere beleggingen niet vlot te gelde kunnen worden gemaakt.
 
Risicobeheersing
De risico’s van grote veranderingen in beurskoersen en rentestanden probeert het POB te beheersen door het aanhouden van put-opties1, waarmee het fonds verzekerd is van een zeker minimumniveau. Uiteraard zijn zulke verzekeringen niet gratis.
De beheersing van andere risico’s, bijvoorbeeld dat van het veel langer leven van de deelnemers dan geprognotiseerd op basis van sterftetabellen, krijgt steeds grotere aandacht. Begin 2010 zijn de benodigde reserves al verhoogd op basis van de gebleken hogere levensverwachting. Dit soort maatregelen blijkt nodig, maar is natuurlijk ook niet gratis2.
 
Conclusie
De pensioenvoorziening wordt allengs duurder, door gestegen levensverwachtingen en de noodzaak van risicobeheersende maatregelen. De op lange termijn hogere opbrengst van beleggen in zakelijke waarden naast vastrentende is daarom noodzakelijk om de premiestijgingen in de hand te houden en de pensioenen te beschermen.
Dat die opbrengst op korte termijn niet altijd hoger en soms zelfs lager is dan beleggen in vastrentende waarden, doet daaraan niets af: een pensioenfonds heeft een veel verder liggende horizon dan een privépersoon en kan en moet dus de kansen die die horizon biedt benutten.
 
(met dank aan H. Meesman: Aandelen leveren niets op) 
 
  
1. Een put-uptie is het recht om een bepaald aandaal in een bedrijf tegen een tevoren bepaalde prijs te verkopen. Putopties worden aangeboden door hen die verwachten dat het andeel gaat stijgen, ze worden verkocht door degenen die een daling van dat aandeel verwachten of zich tegen de gevolgen van zo'n daling willen indekken.
 
voorbeeld:
Iemand heeft 1000 aandelen Unilever gekocht. De koers is € 22 per aandeel, dus het pakket is € 22.000 waard. Hij denkt dat het wel goed zal gaan met Unilever, maar wil zich indekken voor het geval de koers tijdens zijn zeiltocht om de wereld instort.
Een beetje risico wil hij wel nemen, maar het moet niet te gek worden.
Hij koopt dus opties om tot juni, als hij weer terug is, het recht te hebben zijn Unilevers te verkopen voor € 18 per aandeel. Die opties kosten hem € 250 voor het hele pakket. Stijgt de koers, dan heeft hij die € 250 achteraf voor niks uitgegeven, maar wel ontspannen gezeild. Ook als de koers in juni 15% lager is lopen zijn opties waardeloos af, want de € 18,70 die het aandeel dan nog waard is ligt nog altijd boven de uitoefenprijs (€ 18) van de opties.
Anders wordt het als de koers met 25% is gezakt, tot € 16,50. Met de opties kan hij dan zijn verlies beperken met € 1,50 per aandeel. Met een opbrengst van 1000 maal € 1,50 komen de kosten van de opties (€ 250) er in ieder geval goed uit. Is Unilever in die paar maanden volledig ingestort, dan blijken de opties natuurlijk helemaal een gouden greep.
 
 
2. Waarom is het verhogen van de reserve vanwege de toegenomen levensverwachting niet gratis?
Met het verhogen van de reserve brengt het pensioenfonds tot uitdrukking dat de verplichtingen voor de toekomst zijn toegenomen. Dat betekent dat, in de breuk die de dekkingsgraad oplevert, namelijk
totale waarde van de bezittingen
totale waarde van de verplichtingen
de noemer (totale waarde van de verplichtingen) groter wordt.
Het resultaat daarvan is dat de dekkingsgraad een paar procent minder wordt, met gevolgen voor de premie en/of de indexatie.
 
E-mailadres

Wachtwoord
zoeken binnen de website